In de 15de eeuw nam het verkeer tussen de stad Utrecht en het toen in opkomst zijnde Amsterdam aanmerkelijk toe. Tot dan toe verliep dat bij ons in de buurt via de Stadswetering, die omstreeks 1350 in opdracht van Utrecht gegraven was en nu nog steeds zichtbaar is tussen Sterreschans en Over Holland, langs het weggetje naar de pont over het Amsterdam Rijnkanaal. Doordat het waterpeil in de Angstel en de Vecht verschilde, moesten de goederen steeds overgeladen worden, een tijdrovende klus. Daarom werd er omstreeks 1450, weer in opdracht van de stad Utrecht, een Nieuwe Wetering gegraven met daarin een sluis. Bij die sluis vestigden zich al snel een logement en een aantal ambachtslieden: het begin van het tegenwoordige Nieuwersluis.

Doordat Amsterdam steeds belangrijker werd, nam ook het belang van de vaarroute naar Utrecht toe, bijna alle vervoer ging toen immers over water. Dat betekende dat Nieuwersluis van groot militair belang werd. De eerste keer bleek dat toen de Fransen in 1672 onder leiding van Lodewijk XIV een serieuze bedreiging werden voor Holland. Ten zuiden van het dorp werd in drie dagen tijd in het kader van de Hollandse waterlinie en schans opgeworpen waardoor de opmars van de Fransen tot staan werd gebracht. De naam van deze schans, de ‘Starre Schans’ leeft nog voort in de naam van het landgoed Sterreschans. Je zou kunnen zeggen dat toen in Nieuwersluis de Hollandse zelfstandigheid werd gered. Het militair belang bleef daarna nog een aantal jaren zichtbaar doordat Nieuwersluis met aarden wallen werd omgeven en een garnizoen van tweehonderd soldaten huisvestte. Een plaats van betekenis dus, er was zelfs een kerk: het tegenwoordige pand Rijksstraatweg 66.

foto 1

Toen de acute militaire dreiging afnam, omstreeks 1684, werd de wal afgegraven en toen de predikant overleed verdween ook de kerk. Doordat de waterweg Utrecht – Amsterdam een hoofd verkeersroute was bleef de bedrijvigheid, in het bijzonder die van het logement, tegenwoordig Ome Cees, en de jagers die de schepen voorttrokken, behoorlijk groot. Nieuwersluis werd ook ontdekt door de rijk geworden Amsterdamse kooplieden die hier graag hun buitenplaatsen bouwden. Daarvan verrezen er in de 18de eeuw vijftien, waarvan er tegenwoordig nog zes over zijn.

foto 2

Toen de militaire dreiging omstreeks 1750 weer toenam, werd de vesting Nieuwersluis weer versterkt: er kwamen een aantal nieuwe wachtgebouwen en de plaats werd omgeven door een gracht. In 1787 was er zelfs sprake van een heuse belegering door een Pruisisch leger toen een patriottenleger Nieuwersluis had bezet. Na vier dagen gaven de patriotten zich over, er was geen schot gelost.

Na de Franse bezetting, aan het begin van de 19de eeuw, waren de militaire inzichten ingrijpend veranderd en dat was in Nieuwersluis goed te merken. De oude fortgracht die het dorp omringd had, verdween grotendeels en voor de oude verdedigingswerken kwam in de jaren 1850 – 1880 het huidige fort in de plaats. Het militaire belang daarvan was nog groter geworden doordat in 1842 de spoorlijn Amsterdam – Utrecht werd aangelegd en in 1892 ook nog het Merwedekanaal (nu Amsterdam- Rijnkanaal, waardoor overigens het deel van Nieuwersluis aan de Angstelkade definitief van de rest van het dorp werd afgesneden). Aardige bijkomstigheid was dat de landeigenaar Doude van Troostwijk als voorwaarde voor de overdracht van de nodige grond aan de spoorwegmaatschappij, bedong dat alle treinen in Nieuwersluis moesten stoppen. Station Nieuwersluis werd ten gevolge daarvan veel groter dan de stations in de andere plattelandsdorpen langs de spoorlijn, onder andere te zien aan de hoge brug die voor een onbeperkte bereikbaarheid moest zorgen.

foto 3